Met de bus

Ik maak er geen gewoonte van maar zo af en toe ga ik met het openbaar vervoer ergens naar toe. Gisteren was het weer zover. Aanleiding, mijn grote vriend moest een middagje bezig gehouden worden. En dus gingen we met z’n tweeën met de bus naar Gouda. Einddoel, de chocoladefabriek, een tamelijk vreemde naam voor een bibliotheek, een mens wordt al snel op het verkeerde been gezet. We hadden gehoord dat het erg leuk is voor kinderen maar voor peuters viel het wel wat tegen. Maar goed, de boterkoek was heerlijk en het pakje appelsap ging er ook wel in. En ik vond het wel leuk dat een paar pensionado’s op ouderwetse manier aan het letterzetten waren, achterstevoren en in spiegelbeeld.

Met de bus dus. Op de heenweg geen bijzonderheden. Een rustig rijdende chauffeuse en we hadden de bus bijna alleen voor ons zelf. Terug was anders. De bus zat redelijk vol, vooral scholieren. En om de een of andere reden willen die kennelijk niet naast elkaar zitten. Nergens twee stoelen naast elkaar beschikbaar dus heb ik onze peuter maar naast een jongedame gezet en bleef ik zelf staan. Ze begon meteen met het mannetje te praten maar, de bus was goed en wel van de halte vertrokken toen het tot haar doordrong dat ze mij beter haar plek kon aanbieden. Lief, ik heb haar hartelijk bedankt!

Anders dan de chauffeuse op de heenweg was de dame die we terug achter het stuur hadden en rauwdouwer. We hadden moeite te blijven zitten als ze een bocht met te hoge snelheid nam. Je hebt het niet voor het uitzoeken.

In zo’n bus staat de verwarming aan en dus had ik mijn grote vriend zijn muts en sjaal afgedaan. Toen we de halte voor ons eindpunt gepasseerd waren checkte ik vast uit om vervolgens mijn handen vrij te hebben om muts en sjaal weer in gebruik te nemen. Dat kwam me op een forse reprimande te staan. Het systeem was nog niet toe aan de volgende halte en nu betaalde ik voor een halte te weinig. Ik heb mijn schouders maar opgehaald en haar gelijk gegeven,

‘Ik zal het nooit meer doen’, heb ik maar gezegd.

Ork, ork, ork, soep eet je …

‘Ork, ork, ork, soep eet je met een?’

Hij mag dan pas drie zijn, hij laat zich niet verleiden tot het verkeerde antwoord.

‘Lepel!’ ik keur het goed. Hij heeft net zijn bord macaroni op, gebruikte de lepel als gereedschap. De vork bleef schoon. Als toetje komt een bakje chocoladevla op tafel. Tijd voor een experiment moet hij gedacht hebben. Een experiment dat gedoemd was te mislukken maar wat is er beter dan te leren van je eigen fouten.

‘ik ga de vla met mijn vork eten. Dat moet heel vlug want anders valt die door de kieren.’

‘Tja, probeer het maar, maar boven je schaaltje blijven anders wordt het een kliederboel.’ En dat werd het evengoed. Ach, het tafellaken moest toch in de was.

Verjaardag

‘Wat wil je voor je verjaardag?’

Een vraag die ik al jaren miet echt weet te beantwoorden. Toegegeven, een luxeprobleem van de eerste orde. Ik heb alles al. Soms een relatief kleinigheidje dat ik dan liever zelf koop zoals dit jaar een nieuw horlogebandje. Zoiets moet passen en bovendien wil de gesp van de oude overgezet hebben. Met zo’n boodschap stuur je niet makkelijk een ander op pad. En hetzelfde geldt voor een tube verf in een bepaalde kleur.

Ik kreeg dan ook vooral flessen en bonnen. En ik heb de meeste inmiddels ingewisseld. De breed inzetbare VVV-bonnen heb ik gebruikt om het nieuwste boek van Carlos Ruiz Zafón, Het labyrint der geesten, te kopen. Geweldige schrijver, ik weet zeker dat ik er weer van ga genieten.  En de slijtersbon heb ik omgezet in een bijzondere korenwijn. De cultuurbon zal nog even op een bestemming moeten wachten maar dat heeft de tijd.

Op naar de volgende verjaardag, de eerste week van mijn zeventigste heb ik al weer ruimschoots achter de rug. Iedereen bedankt voor de felicitaties en bijpassende geschenken in welke vorm dan ook!

Zilveren Domtoren

Lang geleden stond hij in de etalage op de Utrechtse Steenweg. Bij de juweliers Schaap en Citroen. Nu behoort hij tot de zilvercollectie van verzekeraar a.s.r. en staat hij in een vitrine in de hal te pronken.

Een paar jaar geleden heb ik nog geïnformeerd of hij te koop was. Niet voor mij zelf hoor, voor iemand die wist dat ik bij dat bedrijf de nodige relaties heb. Het kunstwerk stond toen nog opgeslagen in het depot maar heeft dus inmiddels een prominente plek gekregen en is daarmee weer zichtbaar voor een groter publiek.

Nieuwjaarsreceptie

‘Ik hou het kort, jullie zijn hier vooral gekomen om met elkaar bij te praten, misschien ook oude herinneringen op te halen.’ Aan het woord is de CFO van a.s.r., onze oud werkgever waarbij de meesten nooit gewerkt hebben. Die verdienden hun brood bij een of meer van de rechtsvoorgangers. Na een overzicht van meer dan een kwartier, hij was inmiddels alle aandacht kwijt, rondde hij af.

Maar ja, hij had dan ook gelijk, we waren vooral gekomen om met elkaar te praten.

Als intermezzo bezocht ik een lezing over de kunst- en antiekschatten die het bedrijf bezit en tentoon stelt.

Ik heb weer veel mensen gezien en gesproken. Directe collega’s maar ook jongens waarmee ik gevoetbald heb, met wie ik wekelijkse een toertocht fietste, mensen met wie ik via de vakbond iets had, of die ik via externe commissies op Verbondsniveau samenwerkte. Leuk, eens per jaar.

Gratieus

Voila, het resultaat van een donderdagavondje. Een gezellig donderdagavondje! Hapje, drankje, serieuze gesprekken, luchtige conversatie, van alles wat. En dan, ondertussen, is de basis gelegd voor een mooi Nepalees meisje, kregen vijf kippen wat omgeving om zich heen en is dit danseresje geboren. Wat een heerlijke hobby en wat een fantastisch clubje hebben we!

Relativeren #WOT ’18-2

Alles is relatief, weegt pas bij vergelijking. De vijfentwintigjarige vindt zijn buurjongetje van tien nog een kind, de drieënnegentigjarige vindt haar neefje die inmiddels ook van Drees trekt maar een snotneus.

Het is koud wanneer de temperatuur onder nul komt maar kom je net terug van min veertig dan is nul behaaglijk.

Je kunt je over van alles opwinden maar je ook realiseren dat het wel mee valt, het veel erger kan. Met name dat laatste drong goed tot me door toen ik twaalf jaar geleden met kanker geconfronteerd werd. Gelukkig is alles weer goed gekomen maar op zo’n moment ga je wel inzien dat je je niet over relatief kleine dingen moet druk maken.

We troffen u niet thuis

Het is zaterdagmiddag, rond half een. Als we terugkomen van de weekendboodschappen vinden we een briefje in de brievenbus. Post NL is langs geweest maar heeft het voor ons bestemde pakketje niet af kunnen leveren.

‘Verwacht jij een pakketje?’ Zo goed als gelijktijdig stellen we de vraag en daarmee is het antwoord direct duidelijk, nee dus. Het moet van een derde komen en zal waarschijnlijk een verjaarscadeautje zijn, zondag ben ik immers jarig.

Op het briefje staat dat we het pakketje de eerstvolgende werkdag na drieën op kunnen halen bij de Primera.
‘Ik neem de auto maar, geen idee hoe groot het is.’ Een verstandig besluit, zo’n doos had ik nooit op de fiets mee kunnen nemen. Het pakket mag dan omvangrijk zijn, het weegt relatief weinig. Uit de naam van het leverend bedrijf maak ik op dat er iets van drank in moet zitten maar de afzender is nog steeds niet duidelijk. De doos moet met een stanleymes opengesneden worden. Een grote baal plastic is het eerste dat we zien. Daaronder een raamwerk van karton waarin wel vijftien drankflessen kunnen staan zonder elkaar te raken. En helemaal in het midden een fles jonge klare. Op de leveringsbon die we ook in de doos vinden staat de felicitatie van een van mijn zwagers.

Ik stuur hem een appje met een foto van de doos en fles om hem te bedanken voor het geschenk. Dat van die fles wist hij natuurlijk maar dat we er een doos omheen kregen die groot genoeg is voor vier weken oud papier dat was ook voor hem nieuw. We hebben er smakelijk om gelachen, de voetbal- of atletiekvereniging, ze halen hier beurtelings oud papier op,  is er straks goed mee.

Die fles gaat in de glasbak, maar niet voor ik genoten heb van de inhoud!

 

Hoogwater

Er komt weer het nodige water deze kant op. Regen en sneeuw in het stroomgebied van Maas en Rijn, het moet allemaal naar zee.

Hoogwater in de polder zeggen we als iemand met te korte broekspijpen loopt, ofwel, hij heeft hoogwater.

Als je evenwel in Drenthe hoogwater hebt dan moet je nodig plassen. Maar ja, Drenthe kent dan ook geen polders.