Ik zie hem hier regelmatig lopen. Opvallende manier, snel, voorover gebogen, hoofd rechtop. Ik ken hem verder niet.
Zaterdag kwam ik hem tegen bij de kaasboer aan de Hem. Wegens koningsdag gesloten las hij teleurgesteld.
Ik begin een praatje. Vertel dat ik hem regelmatig zie lopen. Nou dat klopt, het lijkt erop dat dat de knop is om hem aan te zetten.
Tien minuten later weet ik dat hij bij een bij een zilverfabriek heeft gewerkt, filigraanwerk, die zijn er niet veel meer, zilverfabrieken overigens ook niet. Dat hij nu bij een tuinbouwer in Boskoop werkt, een oud klasgenoot van hem want hij zat op de tuinbouwschool. Maar dat had zijn vader maar niets gevonden waardoor hij toch in het zilver terecht kwam.
Hij maakt zich zorgen want eind dit jaar moet hij AOW krijgen maar hij heeft geen computer dus ze zullen hem wel niet kunnen vinden. Dat geldt ook voor zijn pensioen. Voor zijn bankzaken loopt hij naar Gouda, voor een overschrijving moet hij een fors bedrag aan kosten betalen.
Kortom, hij zit met zijn handen in het haar, hoe moet dat straks verder.
Ik maak hem duidelijk dat hij vast niet vergeten wordt maar dat hij er goed aan doet contact op te nemen met de mensen van de Stichting Welzijn Krimpenerwaard. Dat lucht op, gaat hij zeker doen.
We lopen verder, ieder een andere kant op. Ik realiseer me dat ik, net als die instellingen en bedrijven allemaal maar veel te makkelijk ervanuit gaan dat iedereen maar met de moderne communicatiemiddelen om kan gaan.
Fijn dat je mijn blog leest, geef gerust een reactie