Het is zondagmorgen, nog stil op straat. Ik heb net mijn rondje over de Lekdijk gehad, ben bijna thuis. Aan de singeloever ligt een verkiezingsbord van het CDA, zo’n dubbele grote kartonnen plaat die met tyraps om een lantaarnpaal wordt vastgezet. Om de lantaarnpaal waar dat bord stond plaatst een VVDer zo’n zelfde bord maar nu van zijn partij.
Ik heb voor ik ging wandelen net in de Volkskrant een artikel gelezen over de ondemocratische vernielzucht waar dit soort verkiezingsuitingen onder lijden.
Verontwaardigd spreek ik de man aan op zijn gedrag, je haalt geen bord van een ander weg om vervolgens de plaat met je eigen oproep daar neer te zetten. En hij reageert daar op zijn beurt fel op.
Ik was te impulsief geweest. Uit het verhaal blijkt dat beide borden aan de waterkant terecht gekomen waren en dat hij nu het bord van zijn partij opnieuw plaatste. Weliswaar op de plek waar eerder het concurrerende bord stond, dat van de VVD stond eerder daar schuin tegenover. Zijn begrijpelijke ergernis over het vandalisme maakte dat het enige woorden kostte voor ons duidelijk was dat we feitelijk ons opwinden over dezelfde misstand.
Ik heb daarop mijn welgemeende verontschuldiging aangeboden, hij zegde toe ook het CDAbord weer aan een lantaarnpaal vast te zetten.
Voor de goede orde, beide partijen verdienen niet mijn stem. Maar zelfs als het het bord van de verfoeide FVD was geweest zou ik er iets van gezegd hebben.
Hier worden her en der nogal wat politieke affiches beschadigd en beklad.
Niet mijn keuze, al begrijp ik het wel.
Democratische groet,
Ik begrijp heel goed dat mensen niet achter de ideeën van partijen staan maar dat rechtvaardigt geen vandalisme