Nee hoor, wij niet, wij moeten eerst op vakantie gaan voor we terug kunnen komen.
In de nacht van zaterdag op zondag kwamen we na een gezellig kaartavondje terug uit Culemborg. ‘Bob, 0% op’ kon ik niet waar maken dus ik liet me rijden door mijn vrouw. Bij de afslag IJsselstein moest ze vaart minderen, meer dan gebruikelijk nodig is. Voor ons reed een chauffeur wiens gevoel voor veiligheid aangaf dat hij het beste beide rijstroken in onze rijrichting kon gebruiken. “Blijf er maar lekker achter”, was mijn ongevraagde en onnodige advies. Bij IJsselstein koos hij de uitvoegstrook en konden we passeren. Hun auto was afgeladen vol. Op de achterstoelen zaten wat kinderen, te oordelen aan de videobeelden die daar aangeboden waren, het kon haast niet missen of de familie kwam terug van vakantie. Maar het was wel royaal over enen, het rijgedrag duidde niet op alertheid.
” Gelukkig, ze zijn bijna thuis”, waarom zou je anders IJsselstein in rijden. Maar onverantwoord!
Ik moest terugdenken aan een vakantieverblijf in het Duitse Hövelhof. Ver na bedtijd werden we gewekt daar een enorme klap op het kruispunt voor ons hotel. Eenzijdig ongeval, automobilist ramt verkeerszuil. Volgepakte auto, skikoffer op het dak, kenteken geeft Bielefeld aan, nog geen twintig kilometer verder. Duidelijk op terugreis van de wintersport, de laatste loodjes bleken te zwaar.
De stal mag ruiken, maar kom heel thuis!
Fijn dat je mijn blog leest, geef gerust een reactie