Natuurlijk, met dat mooie weer kan ik niet binnen blijven. Na de lunch eerst even wat gewerkt aan een nieuw schilderij en daarna toch maar de fiets gepakt voor een rondje polder. Niet te ver, de accu was al half leeg. Halverwege het Geerpad verzamelen een paar mensen wat schapen in een weiland. De enige andere beweging komt van de vogels en een enkele fietser. En die tractor, die boer die zijn land bemest. Die geur waar ik een hekel aan heb, stadsjongen als ik ben, en tegelijk mij thuis laat voelen in deze polders.
Een meter of vijfhonderd verder, vlak na een bocht, wordt het pad geblokkeerd door een veewagen. Ik kan er niet langs. De mannen bij de wagen vertellen dat ze zo weg zijn, een paar minuten en dan kunnen ze de schapen inladen en maken ze de weg weer vrij.
Ja, het zal, dat lukt ze nooit, die schapen zijn vast langer onderweg. Dus ik keer om, het maakt mij niet uit waar ik fiets en ik heb geen zin lang stil te staan. Terug dus. De schapen staan nu bij het hek.
‘Wil u daar even blijven staan zodat de schapen niet de verkeerde kant op kunnen gaan.’ Ik vind het prima, zet de fiets dwars op de weg. Wanneer de dieren met de neus in de goede richting staan ga ik verder, terug naar Vlist. Via de Bovenberg rij ik naar de Bergweg. Niet veel verder wordt de weg geblokkeerd, dezelfde veewagen, men laadt uit. En ik kies opnieuw de terugweg. Nu naar huis, de accu van de fiets raakt leeg.
Fijn dat je mijn blog leest, geef gerust een reactie