Mustapha meldde dat van het arbeidspotentieel slechts 30% een vaste baan heeft. Sociale verzekeringen zijn er niet dus voor de rest is het sappelen om aan eten voor zichzelf en de grote familie te komen. Wat te denken van de oude man die zijn dagen vult met het slaan van de dode wol om het daarin aanwezige ongedierte te doden. Dode wol? Ik had er nooit van gehoord. Bij ons worden de schapen bij leven geschoren en dat levert schone levende wol op, geschikt om gesponnen en verder tot kleding verwerkt te worden. Dode wol is, mits ontdaan van het ongedierte, geschikt voor het vullen van kussens en matrassen.
In de souks, op pleinen en op die plekken waar toeristen plegen te komen zie je straathandel. Veelal rommel, made in China. Wat zeg ik, zelfs sigaretten worden per stuk verkocht, papieren zakdoekjes per pakje. En afdingen dus, de vraagprijs kan teruggebracht worden tot ongeveer eenderde maar ga er maar van uit dat zij er bedrevener in zijn dan wij. Zo had ik een broekriem nodig. We liepen in de souk van Marrakech en een man met een handvol riemen schoot ons aan om wat te verkopen. Twintig euro, 200 dirham. Echt kamelenleer, dat wel. Enfin, na wat handjeklap koop ik twee riemen voor dertien euro. Ik denk dus een aardige deel gesloten te hebben. De man houdt nog drie riemen over en duwt die in de handen van een busgenoot. ‘Hier, mag je alle drie hebben voor tien euro.’ Ik voelde me lichtelijk belazerd, ik twee voor dertien, hij drie voor tien. Maar ja, de man is er gelukkig mee, heeft een goede dag gehad. Later die dag wist Mustapha het nog wel even in te wrijven, hij zou voor die vijf riemen, van schapenleer, dat ook nog, hooguit tien euro betaald hebben.
Op onze laatste dag gingen we vanuit Marrakech naar de Hoge Atlas, een paar berberdorpen bezoeken. Onderweg zijn we vier keer gestopt, een mooi uitzichtpunt, een waterval, een watermolen en een theeceremonie. Bij de eerste stop een vijftal straathandelaren, goedkoop spul, armbandjes, stenen, souvenirs. Ze weten precies wie ze hebben moeten. Toon je ook maar de geringste belangstelling dan blijven ze je achtervolgen. Sister Sledge was op die manier altijd de pineut.
Sister Sledge noemden we het stel. Vier Surinaamse hartvriendinnen uit Zoetermeer, respectievelijk Den Haag. Vijftigers en uitgelaten. Hun mannen en kroost zaten thuis aan de roti, zij zouden zich een week lang vermaken met couscous en ons vermaken met hun babbels en gezang.
Maar ook een eenvoudige prooi voor de verkopers. We hadden dat al eerder gemerkt, een jurkje, een paar sloffen, kortom, ze moesten oppassen niet met overgewicht in de koffer terug te moeten vliegen. Bij de eerste stop worden ze meteen bedolven onder de aanbiedingen maar deze keer ontkomen ze nog, de bus moet verder. Bij alle volgende stops zien we dezelfde mannen dezelfde spulletjes aanbieden. Ze scheuren gewoon achter de bus aan of voor de bus uit, weten natuurlijk precies waar ze ons weer zullen treffen. En met succes, Sister Sledge, het hele stel heeft weer het nodige gekocht.
Prachtig verhaal, leuk verteld! Mooie foto’s. Wordt dat witte jong later bruin?
denk het wel
Leuk. En weer wat geleerd: dode wol is voor kussens en matrassen.
en ik heb er nog veel meer geleerd!