Ik rotzooi maar een beetje an

Karel Appel, geboren in 1921 in de Amsterdamse Dapperstraat moest maar kapper worden vond zijn vader, dan kon hij zijn zaak later overnemen. En hij werd kapper tegen heug en meug, hij wilde zelf kunstschilder worden.

En uiteindelijk ging hij in 1942 ook naar de kunstacademie. In de oorlogsjaren, het werd hem kwalijk genomen maar vond zelf dat hij niets met politiek had en alleen maar zijn hart volgde.

In de hongerwinter zwierf hij door Nederland, vooral om de Arbeitseinsatz te ontlopen.

Op de kunstacademie raakte hij bevriend met Corneille en Constant Nieuwenhuys en samen met de laatste trok hij na de oorlog naar Luik en Parijs.

In 1948 richtte hij met Constant, Corneille, Hugo Claus en anderen Cobra op. Hun werk werd niet begrepen door de meesten maar warenhuis de Bijenkorf gaf hen wat ruimte om te exposeren. Niet veel later konden ze ook in het Stedelijk Museum in Amsterdam terecht met een tentoonstelling.

Dat werd Appels internationale doorbraak. Nederland werd te klein voor hem en hij vertrok naar New York. Later had hij naast New York ook ateliers in Connecticut, Monaco en Toscane.

Ik rotzooi maar wat aan placht hij te zeggen maar dat was grootspraak. Hij ontwikkelde wel een eigen, onnavolgbare stijl. Hij tekende met dikke zwarte lijnen de contouren en mengde zorgvuldig zijn kleuren. Binnen de lijntjes kleuren was evenwel niet zijn sterkste kant.

Karel Appel overleed in 2006 in Zürich.

Fijn dat je mijn blog leest, geef gerust een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Ondersteund door WordPress | Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑