Onze eerste volle dag op Cyprus. Na wat op de boulevard geslenterd te hebben zijn we op een terrasje geland voor een frappé, een ijskoffie. De verkeerde, wat mij betreft, in plaats van ijsklontjes een klodder vanilleijs. Ik vind dat niet echt lekker maar daar gaat dit blog niet over.
Klokslag twaalf passeert vrij dicht onder de kust een oud zeilschip. Mooi, maar we worden even afgeleid en als we weer kijken is het verdwenen.
De dag daarna maken we een wandeling van een uurtje over een wandelpad, noordwaarts. Klokke twaalf passeert hetzelfde schip, lijkt het. We kijken elkaar aan, bevestigen wat we zagen en keken terug. Geen schip.
Het zal toeval zijn maar de vrijdag hebben we een bustour geboekt om wat meer van het eiland te zien. Tegen twaalven hebben we een fotostop aan de kust om het, ik schreef er eerder over, versteende geslachtsorgaan van Aphrodites vader te zien. We werden afgeleid door een passerende zeilboot, inderdaad, weer dezelfde.
Toeval bestaat niet en de volgende dagen gingen we, gewapend met de camera, voor het middaguur naar de kust. Niet voor niets, steeds verscheen de boot voor heel even en dan verdween hij weer in het niets.
We vergrootten de foto’s, geen mens te zien aan boord. Niet aan het zeil, niet aan het roer.
Wat het is, ik weet het niet. Een vergaan piratenschip? We hebben nog op internet gezocht naar een verklaring, niets gevonden.
We houden het tegen beter weten in maar op een spookschip.
Een voorspelbaar spookschip?
Ik heb geleerd dat om twaalf uur de zon op haar hoogste punt staat.
Maar op Cyprus geeft dit spookschip dus de middag aan.
Vriendelijke groet,
Daar lijkt het wel op