Ik ben wat aan de vroege kant maar meld me maar vast bij de receptie. Mijn gesprekspartner blijkt nog niet op kantoor te zijn. Ik weet de weg, ken het bewegwijzeringssysteem in het pand, heb er zelf een paar jaar gewerkt. De receptioniste kent me dan ook en vindt het goed dat ik vast naar boven ga.
De lift hoort op mijn verzoek op de vierde etage te stoppen maar doet pas op de vijfde haar deuren open. Dan maar met de trap terug. Maar, het trappenhuis hier is afgesloten. Ik weet dat er alleen al in het hart van het gebouw drie trappenhuizen zijn. De volgende is wel toegankelijk, dus de vierde is bereikbaar. Helaas, deuren zijn dichtgetimmerd, er is kennelijk een verbouwing gaande. Ik zwerf door het hele gebouw maar kom niet op de plaats van afspraak. Mijn afspraak is al naar me op zoek, ik kan niet zeggen waar ik ben.
Na anderhalf uur sta ik in de parkeergarage, bij mijn auto. De plek waar ik binnenkwam is nu gesloten, ik moet op zoek naar een andere uitgang. Als ik die eindelijk gevonden heb sta ik ergens in de polder. Niet in de stad waar het kantoor gevestigd is. Geen enkel herkenningspunt en mijn navigatiesysteem slaat op hol.
Volkomen gedesoriënteerd word ik wakker. Ik slof naar de badkamer en doe mijn plas. Terug in bed ga ik op mijn andere zij liggen, ik wil niet terug naar die nachtmerrie.
Ik wens je komende nacht een rustige slaap.
Wakkere groet,
Dankjewel, dat is wel nodig