Over de Mellah en Fez #MoM10

Mellah is Arabisch voor zout, vroeger een kostbaar goedje maar aan de Atlantische kust natuurlijk voldoende te vinden. En dus was het onderdeel van een levendige ruilhandel. De handel in zout was in Joodse handen in Fez en dus werd de wijk waarin de handelaren woonden Mellah, zout genoemd. Later zijn in Marokko alle Joodse wijken Mellah genoemd, ongeacht de manier van zakendoen waarmee de bewoners hun geld verdienden. Inmiddels zijn de meeste Joden uit Marokko vertrokken naar Israël. De achterblijvers wonen veelal in Casablanca, de stad waar nu het grote geld te verdienen is.
Na een bezoek aan een alweer niet te bezichtigen koninklijk paleis staken we een straat over, de Mellah van Fez in. Onder leiding van een lokale gids bezoeken we hier een synagoge en bewonderen onder ander deze Thora. In ganzenpas lopen we door de nauwe straatjes van de souk, om de haverklap gewaarschuwd door ezeldrijvers, “Balak, balak, attention”, doe gerust een stapje opzij als er weer eentje aankomt. De straten zijn zo nauw dat alleen met handkarren en ezels de winkeltjes bereikt kunnen worden. Maar ook een ploeg bouwvakkers, bezig met onderhoudswerkzaamheden komt regelmatig langs met bouwmateriaal. Hun bestelwagen staat buiten de muren. Vis? gewoon op straat, open en bloot. Kleuren en geuren, schapenkoppen, kleding, oude naaimachines, je kunt het zo gek niet bedenken.
Ineens staan we bij een restaurant, de gids weet natuurlijk wat hij doet, en worden we naar binnen geloodst voor een heerlijke pastilla met kip. Op culinair gebied was dat het hoogtepunt van deze reis. De overige maaltijden waren slecht op elkaar afgestemd, bijna overal kregen we hetzelfde voorgeschoteld, couscous met gestoofde groenten en kip of lamsvlees in een tajine. Maar duidelijk niet bereid in een tajine. Het leek de klassieke feestmaaltijd maar ik weet dat het veel beter kan. Maar goed, die pastilla was verrukkelijk. Verder bezochten we nog een koranschool, een kleine moskee en een leerlooierij. Over geuren gesproken! Door een winkel, vol lederwaren, worden we naar het dak gestuurd. Onderweg krijgen we een takje mint met de mededeling dat dit ons gasmasker is. En eenmaal boven zien we in de diepte bakken vol leer in een stinkende substantie, amoniak van vogelpoep. De bewoners van de medina houden allemaal duiven om deze drek te verzamelen en leveren dan aan de leerlooierij. Geen overbodige luxe, zo’n gasmasker.
Terug in de winkel probeerde men ons te verleiden tot de aanschaf van een leren jas, een tas of desnoods een riem. Een West-Fries stel kocht twee zwartleren jacks, een moest vermaakt worden, de andere was alleen in rood voorradig en werd diezelfde middag nog gemaakt. Beide jasjes werden ’s avonds tijdens ons diner in het hotel bezorgd. Je kunt dat gerust service noemen!
Hoe het verder afgelopen is weet ik niet maar bij terugkomst op Schiphol werd datzelfde stel er als enige door de douane uitgepikt. Ze mochten de aanschaf van de jassen verantwoorden en zullen ongetwijfeld wat invoerrechten hebben moeten betalen.

0 gedachten over “Over de Mellah en Fez #MoM10

Voeg uw reactie toe

  1. Dus als ik het goed begrijp wordt het leer gelooid in amoniak van duivenpoep? Dat is echt volkomen nieuw voor me.
    Mooi reisverslag, Carel, vooral weer met die prachtige foto’s erbij.

    1. klopt, ammoniak van mens (vgl de Tilburgse kruikenzeiker) en zoogdier bevat een stof die het leer op den duur beschadigd, Vogelpoep heeft dat niet (heb ik me laten vertellen).

Laat een reactie achter bij Peter PellenaarsReactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Ondersteund door WordPress | Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑