Geheel toevallig was het niet, op 21 juni, de langste dag, zaten we op het noordelijkste punt van onze reis, het plaatsje Voss. En dat was een hele belevenis. Niet het stadje zelf, dat is dertien in een dozijn. Maar die nacht die niet echt donker wil worden. Pas na half twaalf begon het te schemeren en een uurtje later was het weer volop licht. In dat uur werd er vuurwerk afgestoken aan de andere kant van het meer waaraan onze camping lag. Eigenlijk zonde want echt donker was het niet en werd het niet.
Na Voss trokken we van west naar oost, naar Hamar en dan door naar Oslo. Veel bergen en tunnels, prachtige uitzichten, eeuwig zingende bossen. Prachtig was een Stavkirke (Staafkerk) uit 1170, een schitterend bouwwerk met veel houtsnijwerk. In Oslo bezochten we onder ander het koninklijk paleis (inclusief de wisseling van de wacht) en het Vikingskipshuset. Ook waren we in het Kon Tiki Museum waar het vlot te bewonderen was waar Thor Heyerdahl in 1947 de oceaan mee overstak, van Peru naar Polynesië.
En daarmee kwam het eind van onze reis door Noorwegen in zicht. Na Oslo reden we langs de Zweedse scherenkust naar Halsingborg en na een korte oversteek waren we weer in Denemarken, nu op Sjaeland. De veerboot Halsingborg- Helsingor werd massaal door Zweden en Denen gebruikt om sterke drank in te slaan, belastingvrij natuurlijk.
Langs het kasteel van Hamlet reden we naar de Deense hoofdstad, daarover in het laatste verslag van deze reis meer.
Mooie ervaringen. Zo’n kerkje is inderdaad een pracht.
was toch wel een bijzondere reis, zo’n eerste keer naar het buitenland waar alles anders lijkt te zijn.
🙂