We hebben een kater. Niet omdat er teveel van de jenever gesnoept is, dan zou ik hem alleen gehad hebben. Zo’n kater deel je niet, je geeft hooguit wat chagrijn af. Nee, we hebben een poezenbeest van voorheen het mannelijk geslacht, een het dus, zoals die grote rode in Jan, Jans en de kinderen. En dat beest vreet me de oren van de kop. Vanwege chronische blaasklachten mag hij alleen medicinale brokjes.
Dat voer koop je alleen bij de dierenarts en omdat de emmer weer bijna leeg was heb ik vanochtend een nieuwe zak moeten halen en die aankoop moet worden geregistreerd in het medisch paspoort. Naam en adres zijn dus nodig en die geef ik ook netjes door.
‘Ah, Tico dus’, de assistente heeft hem gevonden in het computersysteem.
‘Daar luistert hij soms, meestal niet naar’, reageer ik. Ik ga maar niet uitleggen dat het beest in eerste instantie bij de vorige eigenaar Moony heette en dat vrouw en jongste zoon dat geen leuke naam vonden en hem omgedoopt hebben. Op Moony reageert hij trouwens ook niet.
De assistente gaat de zak Urinery halen en neemt meteen een boekje mee: “Dit mag ik dan ook meegeven’.
‘Nou’, zeg ik, ‘Ik weet niet of hij leest hoor, ik heb het hem nog nooit zien doen’.
Hahaha, was jij niet degene die laatst onder een blog van mij schreef dan je kattenhatende hond Joe wel mocht? 😉
dat heb je goed onthouden en het is nog steeds waar
Zou hem dat boekje toch maar geven. Je weet het maar nooit met katers.
hij krijgt het in de vakantie, onze vakantie dan, om zijn eenzaamheid wat draaglijker te maken
Hi hi wat een naam trouwens voor de brokjes, je zou er gelijk geen trek meer in hebben, gelukkig dus maar voor hem sorry het dat “het” niet luistert.
het is een dom beest, begrijpt niets 🙁
Leuk, een je-weet-wel kater 😉
voor die kater ook?
Woeha, wat een hilarische laatste zin… zo droogjesweg, zonder kater 😉
zondr kater gaat dit me redelijk makkelijk af 😉